Wat achterblijft
Naast het plein vol vrolijk stoepkrijt,
ligt in de schaduw staal
van patronen, lege hulzen
van Leiderdorpse dochters en zonen
glimmend als verloren tanden in het zand.
Kleuters krabben resten puberverveling,
vragen wat dit is
en waarom het achterbleef.
Schroeiplekken bij de glijbaan,
vlekken in het rubber, een afdruk
van dronkenschap, gedeelde onzekerheid
in rook opgegaan.
Ramen worden sterren en scherven zingen
als een kinderkoor in de nacht.
Glas blijft liggen, wacht op kinderhanden
van morgen, de tijd staat stil
tussen de stoeptegels.
Ouder aan de keukentafel, waar ben je
als je kind stenen verzamelt
en ze in de nacht
naar het licht gooit omdat hij iets wil raken?
Waar ben je als zijn handen
korte metten maken met het klimrek
en de lucht vullen met rook
en de wipkip weerloos smelt
als een sneeuwpop in mei?
Waar ben jij, als je kind een school bekladt?
Kijk je naar het blauwe scherm
of het lege bord?
Weet je nog zijn eerste dag
en hoe hij nog
een heel schoolplein voor zich had?
No responses yet