Hospiteerhuisblues
Er hangt een briefje aan de deur:
“Vanavond hospi, acht uur sharp.
Breng jezelf mee, plus iets geks.”
De keukentafel is een rechtbank,
de fusie een theater van belofte.
Je moet niet te veel willen
maar te weinig maakt je saai
Lachen is punten scoren,
maar té hard? Nep.
En je drinkt bier,
maar niet van Hans z’n plank.
Ze wachten op de juiste toon.
Ben je schoon? Hou je van pasta?
Heb je ooit een huisfeest georganiseerd
met een opblaaszwembad in de gang?
Het is een auditie voor een sitcom
die al seizoenen draait zonder jou.
Het is schipperen tussen
‘ons kent ons’ en ‘iedereen is welkom’,
tussen de geur van gebakken ui
en het recht op een plek aan tafel.
En dan komt DUWO met een clipboard.
Een jury met Excel-ogen maakt
een pre-selectie: vijftien man.
Gelijke kansen. Transparantie.
Maar hoe meet je een gedeelde afwas?
Of het besef dat je op zondagochtend
samen brak bent, even niksen
en dat dat telt?
Je mag best iets willen fiksen,
maar geen algoritme dat een oordeel velt
waar geen mens zich in herkent.


No responses yet